Hier is een overzicht van zijn reactie:
* Woede en frustratie: Hamlet is woedend over de inmenging van Polonius. Hij ziet het als verraad, vooral omdat hij oprecht van Ophelia hield. Hij uit zijn woede door middel van bittere woorden, waarbij hij Polonius ervan beschuldigt manipulatief te zijn en hem ervan te beschuldigen verliefd te zijn op Ophelia zelf ("Breng je naar een nonnenklooster. Waarom zou je een fokker van zondaars zijn?"). Hij uit ook zijn frustratie over zijn eigen situatie, omdat hij zich gevangen en gemanipuleerd voelt.
* Verwarring: Hamlets liefde voor Ophelia is oprecht, maar hij is ook diep verontrust door de dood van zijn vader en zijn wraakmissie. Dit maakt hem onzeker over zichzelf en zijn gevoelens, wat leidt tot een verwarde reactie. Hij twijfelt aan de loyaliteit van Ophelia en vraagt zich af of ze echt verliefd op hem is of slechts een rol speelt.
* Manipulatie: Hoewel Hamlet oprecht van streek lijkt, gebruikt hij de situatie ook om Ophelia te manipuleren. Hij zegt haar 'naar een nonnenklooster te gaan', wetende dat dit haar diep zou raken. Dit onthult een donkere kant van zijn persoonlijkheid, wat erop wijst dat hij haar misschien gebruikt om zijn eigen doelen te bereiken.
* Zelfbedrog: Zijn woede jegens Polonius zou voor hem ook een manier kunnen zijn om zijn eigen onzekerheden en angsten over zijn gevoelens voor Ophelia te maskeren. Hij is bang om gekwetst te worden, en door Polonius de schuld te geven, vermijdt hij de verantwoordelijkheid voor zijn eigen emoties te nemen.
Uiteindelijk is de reactie van Hamlet op het bevel van Polonius complex en genuanceerd. Het weerspiegelt zijn innerlijke onrust, zijn oprechte liefde voor Ophelia, zijn woede omdat hij gemanipuleerd wordt, en zijn bereidheid om anderen te manipuleren om zijn eigen doelen te bereiken.